beseffen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- be·sef·fen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| beseffen |
besefte |
beseft |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
beseffen
- (overgankelijk) het reëel bewust worden van iets, zich realiseren
- Henk besefte dat hij moest lopen toen de laatste trein voor zijn neus wegreed.
Synoniemen
- zich realiseren
Vertalingen
1. het reëel bewust worden van iets
Middelnederlands
| stamtijd | |||
|---|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd | voltooid deelwoord |
|
| enkelvoud | meervoud | ||
| beseffen | besief besoef |
besieven | beseven |
| klasse 6
klasse 7 |
volledig | ||
Werkwoord
beseffen
- beseffen
- proeven, smaken, genieten
- «Dyne goetheit hebbic wel beceven.»
- Je goedheid heb ik wel genoten.
- «Dyne goetheit hebbic wel beceven.»
- meemaken, ervaren
- «Dat hi cume in al sijn leven eenege siecheit heeft beseven.»
- Dat hij nauwelijks in zijn hele leven enige ziekte heeft ervaren.
- «Dat hi cume in al sijn leven eenege siecheit heeft beseven.»
Opmerkingen
- Historisch hoort het werkwoord in de zesde klasse.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Zwak werkwoord (-t) in het Nederlands
- Werkwoord in het Nederlands
- Onscheidbaar werkwoord in het Nederlands
- Overgankelijk werkwoord in het Nederlands
- Woorden in het Middelnederlands
- Sterk werkwoord klasse 6 in het Middelnederlands
- Sterk werkwoord klasse 7 in het Middelnederlands
- Werkwoord in het Middelnederlands