bewust
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- be·wust
Woordherkomst en -opbouw
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | bewust |
| verbogen | bewuste |
Bijvoeglijk naamwoord
bewust
| 3 | stellend |
|---|---|
| onverbogen | bewust |
| verbogen | (alleen predicaat) |
- iets waarvan kennis is genomen
- Het was een bewuste keuze om niet eerst langs de receptie te gaan.
- ~ van op de hoogte met iets
- De zich van het pasgebeurde ongeluk niet bewuste automobilisten konden maar net een kettingbotsing vermijden.
- predicatief met oorzakelijk voorwerp: zich iets ~ zijn op de hoogte zijn met iets
- Hij was zich dat niet bewust.
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
1. iets waarvan kennis is genomen