bewust

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·wust
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen bewust
verbogen bewuste

Bijvoeglijk naamwoord

bewust

3 stellend
onverbogen bewust
verbogen (alleen
predicaat)
  1. iets waarvan kennis is genomen
    Het was een bewuste keuze om niet eerst langs de receptie te gaan.
  2. ~ van op de hoogte met iets
    De zich van het pasgebeurde ongeluk niet bewuste automobilisten konden maar net een kettingbotsing vermijden.
  3. predicatief met oorzakelijk voorwerp: zich iets ~ zijn op de hoogte zijn met iets
    Hij was zich dat niet bewust.
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl