geweten
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ge·we·ten
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | geweten | gewetens |
| verkleinwoord | gewetentje | gewetentjes |
Zelfstandig naamwoord
geweten o
- het deel van iemand waarmee die persoon zijn daden op goed en kwaad beoordeelt.
- Als je zo'n moord kunt plegen, heb je geen geweten.
Vertalingen
1. het deel van iemand waarmee die persoon zijn daden op goed en kwaad beoordeelt
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| weten |
geweten
- voltooid deelwoord van weten
| vervoeging van |
|---|
| wijten |
geweten
- voltooid deelwoord van wijten