witte

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wit·te

Bijvoeglijk naamwoord

witte

  1. verbogen vorm van de stellende trap van wit

Werkwoord

vervoeging van
witten

witte

  1. enkelvoud verleden tijd van witten
    Ik witte.
    Jij witte.
    Hij, zij, het witte.
  2. aanvoegende wijs van witten