weren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • we·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
weren
weerde
geweerd
zwak -d volledig

Werkwoord

weren

  1. (overgankelijk) de toegang ontzeggen
    Alle bijdragen voor Wikileaks werden door Paypal geweerd.
  2. (overgankelijk) een aanval afslaan
    Het spervuur van onzininformatie van de hackers bleek niet te weren en de financiële webstek ging op zijn knieën.

Zelfstandig naamwoord

weren mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord weer