beweren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- be·we·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| beweren |
beweerde |
beweerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
beweren
- (overgankelijk) iets met stelligheid verklaren waarvan het voor anderen niet duidelijk is of het waar is
- Dat werd wel beweerd, maar later bleek het niet waar te zijn.