beweren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·we·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
beweren
beweerde
beweerd
zwak -d volledig

Werkwoord

beweren

  1. (overgankelijk) iets met stelligheid verklaren waarvan het voor anderen niet duidelijk is of het waar is
    Dat werd wel beweerd, maar later bleek het niet waar te zijn.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen