afweren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·we·ren
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van het werkwoord weren met het voorvoegsel af-.
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
afweren
weerde af
afgeweerd
zwak -d volledig

Werkwoord

afweren

  1. (overgankelijk) een aanval neutraliseren
    De onverhoedse aanval werd ternauwernood afgeweerd.
Vertalingen