strand
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- strand
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | strand | stranden |
| verkleinwoord | strandje | strandjes |
Zelfstandig naamwoord
strand o
Vertalingen
1. Strook land langs de kust
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| stranden |
strand
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stranden
- Ik strand.
- gebiedende wijs van stranden
- Strand!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stranden
- Strand je?
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Afrikaans
Zelfstandig naamwoord
strand
Deens
Zelfstandig naamwoord
strand
Hongaars
Zelfstandig naamwoord
strand
Noors
Zelfstandig naamwoord
strand
Zweeds
Zelfstandig naamwoord
strand
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Woorden in het Afrikaans
- Zelfstandig naamwoord in het Afrikaans
- Woorden in het Deens
- Zelfstandig naamwoord in het Deens
- Woorden in het Hongaars
- Zelfstandig naamwoord in het Hongaars
- Woorden in het Noors
- Zelfstandig naamwoord in het Noors
- Woorden in het Zweeds
- Zelfstandig naamwoord in het Zweeds