riem
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: riem (hulp, bestand)
- IPA:
- (Noord-Nederland): /rim/
- (Vlaanderen, Brabant, Limburg): /rim/
Woordafbreking
- riem
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | riem | riemen |
| verkleinwoord | riempje | riempjes |
Zelfstandig naamwoord
riem m
- een band van leer of een ander materiaal
- Hij droeg altijd een riem omdat anders zijn broeken niet lekker zaten.
- een steel met een blad dat gebruikt wordt een vaartuig voort te bewegen
- Omdat hij niet wist hoe hij de riem goed vast kon houden, roeide hij erg langzaam.
Synoniemen
Vertalingen
1. een band van leer of een ander materiaal
2. een steel met een blad dat gebruikt wordt een vaaruig voort te bewegen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.