belt
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- belt
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | belt | belten |
| verkleinwoord | beltje | beltjes |
Zelfstandig naamwoord
belt m
- stortplaats voor afval
- In arme landen leven sommige mensen op de belt.
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| bellen |
belt
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bellen
- Jij belt.
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bellen
- Hij belt.
- verouderde gebiedende wijs meervoud van bellen
- Belt!
Engels
Uitspraak
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| belt | belts |
Zelfstandig naamwoord
belt