belt

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • belt
enkelvoud meervoud
naamwoord belt belten
verkleinwoord beltje beltjes

Zelfstandig naamwoord

belt m

  1. stortplaats voor afval
    In arme landen leven sommige mensen op de belt.

Werkwoord

vervoeging van
bellen

belt

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bellen
    Jij belt.
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bellen
    Hij belt.
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van bellen
    Belt!


Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
belt belts

Zelfstandig naamwoord

belt

  1. riem, gordel.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen