rek
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- rek
| 1 | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | rek | - |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
| 2 | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | rek | rekken |
| verkleinwoord | rekje | rekjes |
rek
- m vergroting van de lengte van een voorwerp door het aanbrengen van een trekkracht
- Er zit een aardige rek in.
- o een raamwerk bedoeld voor het bergen van voorwerpen
- Zet die kopjes even op het rekje.
Vertalingen
nader te bepalen