portaal

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Portaal [1]
Portaal [2]
Portaal [3]

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • por·taal
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van het Latijnse porta (poort)
enkelvoud meervoud
naamwoord portaal portalen
verkleinwoord portaaltje portaaltjes

Zelfstandig naamwoord

portaal o

  1. (bouwkunde) de nis met omlijsting van een (buiten-)deur
    In het portaal konden we even schuilen voor de regen.
  2. (bouwkunde) de ingang van een tunnel
    Het portaal van een moderne tunnel is maar sober uitgevoerd.
  3. (techniek) de overspanning dwars over een (spoor-)weg waaraan verkeerborden, camera's e.d. en bovenleidingen, worden bevestigd.
    Het portaal wordt ondersteund door portaalpoten.
  4. (informatica) op internet een website of pagina die een overzicht tracht te scheppen over een bepaald onderwerp door middel van links
Synoniemen
Meroniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie