portaal
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- por·taal
Woordherkomst en -opbouw
- Afgeleid van het Latijnse porta (poort)
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | portaal | portalen |
| verkleinwoord | portaaltje | portaaltjes |
Zelfstandig naamwoord
portaal o
- (bouwkunde) de nis met omlijsting van een (buiten-)deur
- In het portaal konden we even schuilen voor de regen.
- (bouwkunde) de ingang van een tunnel
- Het portaal van een moderne tunnel is maar sober uitgevoerd.
- (techniek) de overspanning dwars over een (spoor-)weg waaraan verkeerborden, camera's e.d. en bovenleidingen, worden bevestigd.
- Het portaal wordt ondersteund door portaalpoten.
- (informatica) op internet een website of pagina die een overzicht tracht te scheppen over een bepaald onderwerp door middel van links
Synoniemen
- [2] tunnelingang
Meroniemen
Afgeleide begrippen
- [1] portiek, trapportaal, voorportaal
- [3] portaalkraan, portaalpoot
Verwante begrippen
Vertalingen
3. portaal (overspanning)
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.