balk
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: Bestand bestaat nog niet. Aanmaken?
- IPA:
- (Noord-Nederland): /bɑɫk/
- (Vlaanderen, Brabant, Limburg): /bɑlk/
Woordafbreking
- balk
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | balk | balken |
| verkleinwoord | (balkje) | (balkjes) |
Zelfstandig naamwoord
balk m
- (geometrie) een veelvlak met 6 rechthoekige zijvlakken, 8 hoekpunten en 12 ribben
- Probeer nog eens een balk te construeren.
- (bouwkunde) een ruimteoverspannend constructie-element waarvan de lengte vele malen groter is dan de breedte en de hoogte in doorsnede
- Een balk is vaak gemaakt van hout of staal.
Afgeleide begrippen
- afzetbalk, balkijzer, dwarsbalk, hanenbalk, notenbalk, stutbalk, taakbalk, wapenbalk, werkbalk, zolderbalk
Vertalingen
1. (geometrie) een veelvlak met 6 rechthoekige zijvlakken, 8 hoekpunten en 12 ribben
2. (bouwkunde) een ruimteoverspannend constructie-element waarvan de lengte vele malen groter is dan de breedte en de hoogte in doorsnede
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| balken |
balk
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van balken
- Ik balk.
- gebiedende wijs van balken
- Balk!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van balken
- Balk je?
Meer informatie
- Zie de doorverwijspagina op Wikipedia voor meer informatie.