balk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • balk
enkelvoud meervoud
naamwoord balk balken
verkleinwoord (balkje) (balkjes)

Zelfstandig naamwoord

balk m

  1. (geometrie) een veelvlak met 6 rechthoekige zijvlakken, 8 hoekpunten en 12 ribben
    Probeer nog eens een balk te construeren.
  2. (bouwkunde) een ruimteoverspannend constructie-element waarvan de lengte vele malen groter is dan de breedte en de hoogte in doorsnede
    Een balk is vaak gemaakt van hout of staal.
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
balken

balk

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van balken
    Ik balk.
  2. gebiedende wijs van balken
    Balk!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van balken
    Balk je?

Meer informatie

  • Zie de doorverwijspagina op Wikipedia voor meer informatie.