kooi
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- kooi
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | kooi | kooien |
| verkleinwoord | kooitje | kooitjes |
Zelfstandig naamwoord
- (techniek) een uit tralies of gaas gemaakt voorwerp dat een ruimte omsluit
- De Kooi van Faraday.
- (veeteelt) ~ voor dieren
- Hamsters worden meestal in een kooi gehouden.
- (scheepvaart) slaapplaats van boord van een schip
- De andere matrozen lagen al in hun kooi.
Afgeleide begrippen
- [1] kooianker, kooiconstructie, liftkooi
- [2] dierenkooi, eendenkooi, kooideur, kooiker, vogelkooi
Verwante begrippen
Vertalingen
1. een uit tralies of gaas gemaakt voorwerp dat een ruimte omsluit
Meer informatie
- Zie de doorverwijspagina op Wikipedia voor meer informatie.