opsluiten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Woordafbreking
  • op·slui·ten
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
opsluiten
sloot op
opgesloten
klasse 2 volledig

Werkwoord

opsluiten

  1. (overgankelijk) iemand achter slot gevangen zetten
    Hij sloot de hond even op in de achterkamer.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen