pand

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pand
enkelvoud meervoud
naamwoord pand panden
verkleinwoord pandje pandjes

Zelfstandig naamwoord

pand

  1. m een deel van een jas
  2. o een gebouw
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen