kanaal
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ka·naal
Woordherkomst en -opbouw
- Van Frans canal en Latijn canalis (pijp, goot, kanaal). Op zijn beurt van Grieks kanna (riet). Verwant met Hebreeuws qane (riet) en Arabisch qanah (riet).
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | kanaal | kanalen |
| verkleinwoord | kanaaltje | kanaaltjes |
Zelfstandig naamwoord
kanaal o
- (waterstaat) gegraven waterweg, (scheepvaartkanaal)
- (elektrotechniek) (informatica) in de informatietheorie een entiteit tussen zender en ontvanger met een bandbreedte via welke het (na bemonstering) mogelijk is een aantal bits per seconde aan informatie over te dragen. (zie communicatiekanaal, radiokanaal, satellietkanaal, televisiekanaal, transmissiekanaal, videokanaal)
- in meest algemene zin: een transportmogelijkheid voor materie of informatie
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1.
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Fries
Zelfstandig naamwoord
kanaal
- kanaal gegraven waterweg.