kanaal

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ka·naal
Woordherkomst en -opbouw
  • Van Frans canal en Latijn canalis (pijp, goot, kanaal). Op zijn beurt van Grieks kanna (riet). Verwant met Hebreeuws qane (riet) en Arabisch qanah (riet).
enkelvoud meervoud
naamwoord kanaal kanalen
verkleinwoord kanaaltje kanaaltjes

Zelfstandig naamwoord

kanaal o

  1. gegraven waterweg.
Vertalingen

Meer informatie


Fries

Zelfstandig naamwoord

kanaal

  1. kanaal gegraven waterweg.
Persoonlijke instellingen
Andere talen