kool
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- kool
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | kool | kolen |
| verkleinwoord | kooltje | kooltjes |
Woordherkomst en -opbouw
Afgeleid van het Latijnse caulis.
Zelfstandig naamwoord
- (voeding) een eetbare plant met veel ondersoorten uit de kruisbloemfamilie
- Een kool met een verfijnde smaak.
- een zwarte brandstof die voornamelijk uit koolstof bestaat
Verwante begrippen
Hyponiemen
|
|
|
|
Afgeleide begrippen
Anagrammen
Uitdrukkingen en gezegden
|
Het is het sop in de kool niet waard
De kool en de geit sparen
Iemand een kooltje stoven; zie stoven. |
Vertalingen
1. een eetbare plant met veel ondersoorten uit de kruisbloemfamilie
|
|
2. een zwarte brandstof die voornamelijk uit koolstof bestaat
|
|
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.