boerenkool

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
[1] Boerenkool.

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • boe·ren·kool
Woordherkomst en -opbouw
1 enkelvoud meervoud
naamwoord boerenkool boerenkolen
verkleinwoord boerenkooltje boerenkooltjes
2 enkelvoud meervoud
naamwoord boerenkool -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

boerenkool v/m

  1. (groente) een kool met sterk gekrulde bladeren
    De boerenkool groeit maar in een bepaalde tijd.
  2. (metonymie), (voeding) een stamppot van boerenkool met aardappelen
    Wij houden erg van boerenkool.
Vertalingen
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen