spier
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- spier
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | spier | spieren |
| verkleinwoord | spiertje | spiertjes |
Zelfstandig naamwoord
- (anatomie) een orgaan dat door elektrische signalen gestuurd kan samentrekken
- Het opbouwen van de spieren door middel van gewichtstraining is een populaire sport.
- (scheepvaart) een algemene benaming voor een ronde, houten paal op een schip
- Deze spier is nog wel bruikbaar een mastje voor de bijboot.
Synoniemen
- [2] rondhout
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
1. een orgaan
2. ronde paal op een schip
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Afrikaans
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | spier | spiere |
Zelfstandig naamwoord
spier