spier

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spier
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord spier spieren
verkleinwoord spiertje spiertjes

Zelfstandig naamwoord

spier v/m

  1. (anatomie) een orgaan dat door elektrische signalen gestuurd kan samentrekken
    Het opbouwen van de spieren door middel van gewichtstraining is een populaire sport.
  2. (scheepvaart) een algemene benaming voor een ronde, houten paal op een schip
    Deze spier is nog wel bruikbaar een mastje voor de bijboot.
  3. lange, dunne boomstam (van een spar)
Synoniemen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord spier spiere

Zelfstandig naamwoord

spier

  1. (anatomie) spier