overgeven

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak

Lettergrepen
  • over·ge·ven

Werkwoord

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
overgeven
gaf over
overgegeven
klasse 5 volledig

overgeven;

  1. de maaginhoud uitspugen
    Hij werd misselijk en hij moest overgeven.
  2. zich ~: de strijd staken en controle aan de vijand geven
    In mei 1945 gaven de nazi's zich eindelijk over.

Synoniemen

Vertalingen
Aspecten/acties
Persoonlijke instellingen