slachten
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- slach·ten
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| slachten /'slɑxtə(n)/ |
slachtte /'slɑxtə/ |
geslacht /ɣə'slɑxt/ |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
slachten
- (overgankelijk) een dier doden voor het vlees of als offer
- Zij slachtten een lam voor het feestmaal.