frequentie

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fre·quen·tie
enkelvoud meervoud
naamwoord frequentie frequenties
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

frequentie v

  1. aantal keren of herhalingen per tijdseenheid
    Die tram rijdt met een frequentie van twee keer per uur.
  2. (natuurkunde) (elektronica) het aantal perioden per seconde, trillingsgetal
    In de elektrotechniek wordt de frequentie uitgedrukt in de SI-eenheid hertz (symbool Hz).
  3. (statistiek) het aantal malen dat een bepaalde observatie gedaan is
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen