warmte

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • warm·te
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van warm met het achtervoegsel -te.
enkelvoud meervoud
naamwoord warmte -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

warmte v

  1. de mate waarin het weer warm is
    De warmte was de laatste tijd moeilijk te verdragen.
  2. (thermodynamica) de hoeveelheid thermische energie
    Deze radiator geeft veel warmte af.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie