maandelijks
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: maandelijks (hulp, bestand)
- IPA:
- (Noord-Nederland): /ˈman.də.ləks/
- (Vlaanderen, Brabant): /ˈman.də.ləks/
- (Limburg): /ˈmaːn.də.lɪks/
Woordafbreking
- maan·de·lijks
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | maandelijks |
| verbogen | maandelijkse |
Bijvoeglijk naamwoord
maandelijks
- iedere maand een keer
- Dit is een maandelijkse bijdrage.
Bijwoord
maandelijks
- iedere maand een keer
- Wij gaan maandelijks vissen.