maandelijks

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • maan·de·lijks
stellend
onverbogen maandelijks
verbogen maandelijkse

Bijvoeglijk naamwoord

maandelijks

  1. iedere maand een keer
    Dit is een maandelijkse bijdrage.

Bijwoord

maandelijks

  1. iedere maand een keer
    Wij gaan maandelijks vissen.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen