geluid

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

het geluid
  1. trillingen in de lucht of andere substantie die door het oor waargenomen kunnen worden.
    's Avonds hoorden wij in onze hut in het Krugerpark allerlei geluiden.
  2. standpunt, mening;
    Dit geluid wordt in die kringen steeds vaker gehoord.

Vertalingen

Afgeleide begrippen

Verwante begrippen

Meer informatie

Aspecten/acties
Persoonlijke instellingen