zender

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zen·der
enkelvoud meervoud
naamwoord zender zenders
verkleinwoord zendertje zendertjes

Zelfstandig naamwoord

zender

  1. (techniek) een toestel dat elektromagnetische golven uitstraalt
  2. (media) een bedrijf die een zender [1] gebruikt om radio- of televisieprogramma's om te roepen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
zenderen

zender

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zenderen
    Ik zender.
  2. gebiedende wijs van zenderen
    Zender!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zenderen
    Zender je?
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen