zender
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- zen·der
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | zender | zenders |
| verkleinwoord | zendertje | zendertjes |
Zelfstandig naamwoord
zender
- (techniek) een toestel dat elektromagnetische golven uitstraalt
- (media) een bedrijf die een zender [1] gebruikt om radio- of televisieprogramma's om te roepen
Vertalingen
1.
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| zenderen |
zender