zuil

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zuil
enkelvoud meervoud
naamwoord zuil zuilen
verkleinwoord zuiltje zuiltjes

Zelfstandig naamwoord

zuil v/m

  1. vrijstaand dragend bouwkundig object met grote lengte en beperkte ronde doorsnede
  2. groep mensen die binnen een samenleving verenigd zijn door hun religieuze of politieke overtuiging
    De twintigste-eeuwse Nederlandse samenleving was opgedeeld in vier grote zuilen: de katholieke, de protestants-christelijke, de socialistische en de liberale.
Synoniemen
Afgeleide begrippen

Meer informatie