zuigeling

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zui·ge·ling
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zuigeling zuigelingen
verkleinwoord zuigelingetje zuigelingetjes

Zelfstandig naamwoord

zuigeling v/m

  1. een kind dat nog gezoogd wordt
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Gangbaarheid
100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie