zuigelingetje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zui·ge·lin·ge·tje

Zelfstandig naamwoord

zuigelingetje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord zuigeling