zeeboezem

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zee·boe·zem
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zeeboezem zeeboezems
verkleinwoord zeeboezempje zeeboezempjes

Zelfstandig naamwoord

zeeboezem m

  1. (aardrijkskunde), (scheepvaart) een stuk zeewater zich in zekere mate landinwaarts uitstrekt
    • Kreken, zeearmen, inhammen, golven, baaien, bochten en binnenzeeën zijn zeeboezems. 
Hyponiemen

Gangbaarheid

59 % van de Nederlanders;
43 % van de Vlamingen.

Meer informatie