binnenzee

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

de Japanse binnenzee
Uitspraak
Woordafbreking
  • bin·nen·zee
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord binnenzee binnenzeeën
verkleinwoord binnenzeetje binnenzeetjes

Zelfstandig naamwoord

binnenzee v/m [1]

  1. een nevenzee die door een (nauwe) zeestraat verbonden is met andere zeeën en/of oceanen
    • Nieuw zijn de manoeuvres van de twaalf Chinese en vijf Russische marineschepen, plus een geheim aantal onderzeeërs, helikopters en speciale amfibische landingsschepen. Onder het motto ‘Verenigd op Zee, 2016’ spelen China en Rusland oorlogspelletjes in de Zuid-Chinese Zee, die door China wordt geclaimd als Chinees territorium, zeg maar een binnenzee. De marines van Rusland en China hielden al eerder gezamenlijk oefeningen in de Middellandse Zee en de Zee van Japan, maar meden tot nu toe de politiek gevoeligste zeegebieden.[2] 
  2. een groot meer met zout water
    • Beaufort 10 heeft de Kralingse Plas in Rotterdam veranderd in een grommende binnenzee. Stormvlagen trekken sporen van wit schuim; het water kolkt. Ik ga mijn zeilboot inspecteren, die op de wal staat bij de Kralingsche Zeilclub. Op de hoek bij de sluis van de Plas is bij werf ‘Zaal’ een populier omgewaaid. Hij is precies tussen een botenloods en een theehuisje gevallen. Op de zeilclub is het een pandemonium. Alles fluit, jammert, giert en wappert. Plastic huiken slaan kapot en een boot vliegt van zijn trailer. Ik snoer mijn dekzeil aan met hulpeloze touwtjes. Tegen dit geweld is niets bestand.[3]  
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC Oscar Garschagen 14 september 2016
  3. NRC J. van der Vaart 19 januari 2007