wispelturigheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wis·pel·tu·rig·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord wispelturigheid wispelturigheden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

wispelturigheid v

  1. het op een onvoorspelbare manier steeds weer veranderen
    • De laatste reeks verkiezingen heeft aangetoond dat in veel landsdelen het electoraat op drift is geraakt. In die sfeer van politieke wispelturigheid lijken de Twentenaar en de Achterhoeker nog tamelijk honkvast. [1] 
    • Dat betaalt zich altijd uit, is de mening van Vierhouten. Neem Johnny Hoogerland. Wilde in 2012 per se een koers winnen, iets dat mislukte. 'Ik weet dat hij het kan. Maar zijn wispelturigheid belemmert hem. [2] 
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid


Verwijzingen

  1. Tubantia Loes Schutte 06-07-12 Redactievloer als politieke arena
  2. Tubantia 10-01-13 Vierhouten: 'Ik gruwel van gelatenheid'