wispelturig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wis·pel·tu·rig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen wispelturig wispelturiger wispelturigst
verbogen wispelturige wispelturigere wispelturigste
partitief wispelturigs wispelturigers -

Bijvoeglijk naamwoord

wispelturig

  1. veranderlijk in gedrag en gedachten
    De moderne consument is wispelturig en niet langer merktrouw.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl