capricieus

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ca·pri·ci·eus
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen capricieus capricieuzer capricieust
verbogen capricieuze capricieuzere capricieuste
partitief capricieus capricieuzers -

Bijvoeglijk naamwoord

capricieus

  1. vol grillen
    • Haar capricieus hing hem de keel uit. 

Gangbaarheid

64 % van de Nederlanders;
77 % van de Vlamingen.