werkelijkheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wer·ke·lijk·heid
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘realiteit’ voor het eerst aangetroffen in 1799 [1]
  • Afgeleid van werkelijk met het achtervoegsel -heid.
enkelvoud meervoud
naamwoord werkelijkheid werkelijkheden
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

werkelijkheid v

  1. de omstandigheden zoals deze daadwerkelijk bestaan
    • In werkelijkheid is dit niet mogelijk. 
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen