werkelijkheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wer·ke·lijk·heid
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘realiteit’ voor het eerst aangetroffen in 1799 [1]
  • Afgeleid van werkelijk met het achtervoegsel -heid.
enkelvoud meervoud
naamwoord werkelijkheid werkelijkheden
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

werkelijkheid v

  1. de omstandigheden zoals deze daadwerkelijk bestaan
    • In werkelijkheid is dit niet mogelijk. 
    • Niet dat The Favourite zich iets aantrekt van de werkelijkheid, of hoe die werkelijkheid er in films over die periode doorgaans uitziet. Dat komt door het smeuïge scenario van Deborah Davis en Tony McNamara, vol seks en jaloezie, verraad en vulgariteiten. Het woord ‘kutwijf’ valt verrassend vaak. [2] 
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen