realiteit

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·a·li·teit
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord realiteit realiteiten
verkleinwoord (realiteitje) (realiteitjes)

Zelfstandig naamwoord

realiteit v

  1. werkelijkheid
    • De bittere realiteit is dat de oorlog een grote chaos veroorzaakt heeft. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl