omwentelen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • om·wen·te·len
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
omwentelen
wentelde om
omgewenteld
zwak -d volledig

Werkwoord

omwentelen

  1. (overgankelijk) om zijn as draaien
Synoniemen
Verwante begrippen