welvaren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wel·va·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
welvaren
voer wel
welgevaren
klasse 6 volledig

Werkwoord

welvaren

  1. ergatief ~ bij voorspoed beleven
    • Daar voer hij tegen zijn eigen verwachting wel bij. 
Spreekwoorden
  • Zonder geluk vaart niemand wel.
Je mag best erop vertrouwen soms wat geluk te hebben.
Vertalingen
enkelvoud meervoud
naamwoord welvaren -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

welvaren o

  1. welstand, goede gezondheid
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.