ellende

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

ellendige armoede en kou bij vluchtelingen
Uitspraak
Woordafbreking
  • el·len·de
enkelvoud meervoud
naamwoord ellende ellenden, ellendes
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

ellende v/m

  1. armoedige, beklagenswaardige omstandigheden die zorgen voor lijden en verdriet
    • Hij wil politieke munt slaan uit andermans ellende. 
    • De aardbeving veroorzaakte veel ellende. 
  2. rampspoed, tegenslagen
    • Door alle ellende die we meemaakten is ons huwelijk gestrand. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.