waterstaat

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wa·ter·staat
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord waterstaat waterstaten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

waterstaat m

  1. (waterstaat) de toestand van een gebied ten opzichte van het water dat zich erin bevindt en / of dat het omgeeft
  2. in Nederland: een overheidsdienst die belast is met het beheer van de waterstand, met de bescherming van het land tegen het water, met de waterlopen, met de dijken, bruggen, enzovoorts
Vertalingen

Meer informatie

  • Zie de doorverwijspagina op Wikipedia voor meer informatie.

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
92 % van de Vlamingen.