Naar inhoud springen

warmte

Uit WikiWoordenboek
  • warm·te
  • In de betekenis van ‘het warm-zijn’ voor het eerst aangetroffen in 1301 [1]
  • Afgeleid van warm met het achtervoegsel -te.
enkelvoud meervoud
naamwoord warmte warmtes
verkleinwoord - -

dewarmtev

  1. de mate waarin het weer warm is
    • De warmte was de laatste tijd moeilijk te verdragen. 
     De koude berglucht had de lente op deze hoogte wat vertraagd, maar door de warmte liepen nu ook de bergbloemen allemaal uit.[2]
  2. (thermodynamica) de hoeveelheid thermische energie
     De lucht was zwoel, de aarde gaf nog steeds warmte af.[3]
     Maar als ze roerloos lagen te zonnebaden, waren ze juist heel uitgebalanceerd, deze pragmatisten van de natuur, en zogen ze de warmte van de zon op.[3]
  3. (psychologie) aangenaam gevoel van energie
     ' Een aangename warmte verspreidde zich door mijn buik, en ik kon de glimlach in mijn stem niet verhullen.[3]
     ' 'Op de eenzaamheid!' Het vocht vult mijn mond met wrange warmte.[4]
100 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[5]
  1. "warmte" in:
    Sijs, Nicoline van der
    , Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org
    ; ISBN 90 204 2045 3
  2. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  3. 1 2 3
    Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
  4. Marion Pauw e.a.
    “4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be