zonnewarmte

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zon·ne·warm·te
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zonnewarmte zonnewarmtes
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

zonnewarmte v

  1. de warmte die door de zon wordt veroorzaakt
    • Zonnecollectoren vangen de zonnewarmte op. 

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.