warmtemeter

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • warm·te·me·ter
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord warmtemeter warmtemeters
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

warmtemeter m [1]

  1. apparaat dat de productie van hitte meet of constateert
     De ruimterobot heeft onder meer een warmtemeter en een seismograaf aan boord. Dat laatste instrument kan bevingen meten. Onderzoekers willen meer te weten komen over de binnenkant van de planeet en vooral achterhalen of Mars een (gedeeltelijk) vloeibare kern heeft, net als de aarde.[2]
     Precies om die reden moesten de bewoners uit de hele rij hun huis uit. En moest de brandweer, toen de vlammen na een uurtje leken gedoofd, met een warmtemeter de rij af op zoek naar mogelijke brandhaartjes.[3]
  2. apparaat dat de hoeveelheid verbruikte warmte meet
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink Weblink bron “Marslander InSight stuurt eerste scherpe foto: 'Een stille pracht'” (27-11-2018), NOS
  3. Bronlink Weblink bron Edine Wijnands “Brandweerman redt knuffel uit brandende woning: ‘Dat ze aan zulke details denken, raakt me’” (26-05-2019), Tubantia