vulva

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vul·va
enkelvoud meervoud
naamwoord vulva vulva's
verkleinwoord vulvaatje vulvaatjes

Zelfstandig naamwoord

vulva v

  1. (anatomie) de schaamspleet, de ingang tot de vagina
    • Ze ging gisteren naar de dokter vanwege haar vulva. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders
93 % van de Vlamingen.

Meer informatie


Engels

Zelfstandig naamwoord

vulva

  1. (anatomie) vulva.


Spaans

enkelvoud meervoud
vulva vulvas

Zelfstandig naamwoord

vulva v

  1. (anatomie) vulva.