vruchtbeginseltje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vrucht·be·gin·sel·tje

Zelfstandig naamwoord

vruchtbeginseltje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord vruchtbeginsel