ledig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • le·dig
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van lid ?? met het achtervoegsel -ig [1]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen ledig lediger ledigst
verbogen ledige ledigere ledigste
partitief ledigs ledigers -

Bijvoeglijk naamwoord

ledig [2] [3]

  1. leeg
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
ledigen

ledig

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ledigen
    Ik ledig.
  2. gebiedende wijs van ledigen
    Ledig!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ledigen
    Ledig je?
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal
  3. Woordenboek der Nederlandse taal