Naar inhoud springen

vredig

Uit WikiWoordenboek
  • vre·dig
  • Afleiding van vrede met het achtervoegsel -ig
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen vredig vrediger vredigst
verbogen vredige vredigere vredigste
partitief vredigs vredigers -

vredig

  1. onverstoord door geschil of onrust
    • De vredige stemming werd ruw verstoord door het lawaai van een aanrijding. 

vredig

  1. op vredige wijze
    • Hij lag heel vredig te slapen. 
    • Terwijl er een klein plezierbootje langs vaart en twee eenden vredig langs het raam voorbijglijden, vertelt internationaal truckchauffeuse Monique Nieuwenhuis (39) dat ze echt nóóit meer weg wil van haar woonark Calypso aan de Haven Noordzijde in Almelo. [1] 
99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[2]