voorzichtig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voor·zich·tig
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘behoedzaam, omzichtig’ voor het eerst aangetroffen in 1583 [1]
  • Samenstellende afleiding van voor en zicht met het achtervoegsel -ig [2]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen voorzichtig voorzichtiger voorzichtigst
verbogen voorzichtige voorzichtigere voorzichtigste
partitief voorzichtigs voorzichtigers -

Bijvoeglijk naamwoord

voorzichtig

  1. op een oplettende, rustige manier
    • Ben je voorzichtig met die glazen? Die kunnen beter niet stuk. 
Afgeleide begrippen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen