voorzichtig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voor·zich·tig
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘behoedzaam, omzichtig’ voor het eerst aangetroffen in 1583 [1]
  • Samenstellende afleiding van voor en zicht met het achtervoegsel -ig [2]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen voorzichtig voorzichtiger voorzichtigst
verbogen voorzichtige voorzichtigere voorzichtigste
partitief voorzichtigs voorzichtigers -

Bijvoeglijk naamwoord

voorzichtig

  1. op een oplettende, rustige manier
    • Ben je voorzichtig met die glazen? Die kunnen beter niet stuk. 


Bijwoord

voorzichtig

  1. op een oplettende, rustige manier
     Eenmaal buiten wist ik me gelukkig nog net mijn roze fiets te herinneren en daarop reed ik voorzichtig richting de Best Western.[3]
Afgeleide begrippen
Antoniemen
Vertalingen


Bijwoord

voorzichtig

  1. op een zorgzame manier
     Sinterklaas maakte de gesp van zijn mooie rode mantel los en legde die voorzichtig om de schouders van de heks.[4]


Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[5]

Verwijzingen

  1. "voorzichtig" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. voorzichtig op website: Etymologiebank.nl
  3. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  4. Marijke van Raephorst op Wikipedia “Het hele jaar rond: van Sinterklaas tot Sintemaarten” (1973), Lemniscaat op Wikipedia, p. 13
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be