voorstander

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voor·stan·der
Woordherkomst en -opbouw

Naamwoord van handeling van voorstaan met het achtervoegsel -der [1]

enkelvoud meervoud
naamwoord voorstander voorstanders
verkleinwoord voorstandertje voorstandertjes

Zelfstandig naamwoord

voorstander m

  1. iemand die het met een bepaalde opvatting eens is, iemand die een plan steunt
    • Wij zijn allemaal voorstander van dat nieuwe idee. 
Antoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen